De beeldkleur aanpassen

(Hoofdmenu) > Instellingen > Alle instellingen > Beeld > Kleur

Druk op de pijlen  (omhoog) of  (omlaag) om de waarde voor kleurverzadiging van het beeld aan te passen.

 

Het beeldcontrast aanpassen

 (Hoofdmenu) > Instellingen > Alle instellingen > Beeld > Contrast

Druk op de pijlen  (omhoog) of  (omlaag) als u de contrastwaarde van het beeld wilt aanpassen.

U kunt de contrastwaarde verlagen als u het stroomverbruik wilt doen afnemen.

 

De beeldscherpte aanpassen

 (Hoofdmenu) > Instellingen > Alle instellingen > Beeld > Scherpte

Druk op de pijlen  (omhoog) of  (omlaag) als u de waarde van de beeldscherpte wilt aanpassen.

 

De helderheid van het beeld aanpassen

 (Hoofdmenu) > Instellingen > Alle instellingen > Beeld > Helderheid

Druk op de pijlen  (omhoog) of  (omlaag) als u het helderheidsniveau van het beeldsignaal wilt instellen.

Opmerking: Bij een groot verschil tussen de helderheidswaarde en de referentiewaarde (50) neemt het contrast af.